Colombia in woord en beeld

Vol verwachting passeerden we de grens van Colombia. Het land is in Europa natuurlijk vooral bekend van drugskartels (Pablo Escobar), ontvoeringen, schietpartijen/ moordpartijen en de farc. Maar de laatste tijd is het behoorlijk rustig.

Van veel andere fietsers hadden we alleen maar goede dingen gehoord over het land. De mensen zouden er super vriendelijk, behulpzaam en gastvrij zijn. We waren dus benieuwd!

De verwachtingen kwamen eigenlijk allemaal uit. Het is een prachtig land om doorheen te fietsen; de natuur is prachtig en zo groen dat het bijna zeer doet aan de ogen. De mensen zijn inderdaad heel erg vriendelijk, behulpzaam en vrijgevig. Een groot deel van het land is laag gelegen, waardoor het er erg tropisch (heet) is. Het ziet er tropisch uit, het is er tropisch heet en vochtig, het ruikt er tropisch en de geluiden en dieren zijn tropisch. We hadden hier veel meer het idee door de jungle te fietsen dan in Ecuador. De hoger gelegen delen zijn weer bergachtig met mooie uitzichten over de dalen.

We waren de hele maand oktober in het land. Oktober is officieel regentijd in Colombia. Gelukkig hebben wij daar heel weinig van gemerkt. We hebben veel hitte gehad en de eerste regen hadden we ongeveer halverwege het land. Het regende toen ook meteen de hele dag en nacht. Daarna hebben we vooral ’s nachts veel regen gehad, overdag was het dan weer droog. Alleen tijdens de laatste 2 fietsdagen naar Cartagena en de dagen in de stad hebben we een aantal zware, tropische buien met onweer gehad.

Tijdens het fietsen kregen we van alles aangeboden en bijna iedereen zwaaide, toeterde en/of stak z’n duim op vanuit de auto, vanaf de motor of fiets of gewoon vanaf de veranda. We kregen een aantal keren dingen aangeboden, zoals drinken, snacks (voor energie), fietslampje en eten. Ook de gastvrijheid was groot. In Cali was het moeilijk om een (betaalbaar) hotel te vinden aan de doorgaande weg, dus vroegen we een vrouw op een fiets of ze een hotel wist. Uiteindelijk konden we overnachten in het huis waar zij een kamer huurt en heeft ze voor ons gekookt. In Santa Barbara hadden we bij iemand kunnen overnachten, maar hadden we al ingechecked in een hotel. Wel kregen we eten. En in Medellin natuurlijk, waar we bij Dennis en zijn fietsvrienden hebben gelogeerd.

Ondanks de armoede, die er wel veel is, zijn de mensen eigenlijk altijd blij, vrolijk en vrijgevig. Overal langs de weg klonk muziek. Die muziek kwam uit grote luidsprekers die de mensen vaak buiten op de veranda neerzetten om maar zoveel mogelijk mensen mee te kunnen laten genieten van de muziek. Als de buren dat dan ook deden, klonk alle muziek gewoon door elkaar heen. Ook in de bussen stond de radio vaak hard aan en veel mensen, inclusief de buschauffeur zongen dan mee.

Maar er was ook een andere kant, met name in het zuiden. In de winkeltjes in de dorpjes stonden vaak geen prijzen vermeld op de artikelen, waardoor we dan niet wisten of we wel de juiste prijs betaalden. Toch wel vaak hadden we het gevoel dat we een ‘toeristenprijs’ betaalden, maar dat kun je natuurlijk niet bewijzen. Wel zijn we een paar keer weggelopen toen de prijs (een keer van drinken en een keer van eten in een restaurant) ons echt veel te hoog was. Maar er waren ook erg eerlijke mensen; zo hadden we een keer te veel betaald voor een fles cola zonder dat we het wisten. De mevrouw kwam ons het te veel betaalde geld even later terug geven.

Langs de weg zagen we heel veel militaire en politie controles. Vooral in het zuiden, in de Cauca vallei. Elke brug werd bewaakt door militairen en de politie had op veel plaatsen nog controles. Ze hebben veel en grote wapens en de militairen hebben bij de bruggen complete bunkers en schuilhutten van zandzakken. We hebben ons daardoor nooit bang of onveilig gevoeld. Ze waren allemaal erg vriendelijk en zwaaiden of staken hun duim op. Sommigen kwamen een praatje maken en vroegen om een foto. Wij hebben ons nooit onveilig gevoeld, in geen enkel gebied waar we doorheen zijn gefietst. Maar met name de Cauca vallei (het gebied tussen Popayan en Cali) staat bekend als guerilla-gebied, vandaar ook al die controles. Toen we in Medellin waren, zagen we op het nieuws dat er een wegblokkade was in dat gebied. Gelukkig hebben we die gemist.

Op de wegen, maar vooral in de dorpen en steden, krioelde het weer van de motoren. We hadden vaak het gevoel in een mierennest te fietsen. Zijn er in Ecuador niet zo heel veel motoren maar meer auto’s, in Colombia is het weer andersom. Het land is weer armer dan Ecuador, dus hebben de mensen geen geld voor een auto en kopen een motor. Daarnaast is een motor makkelijker en luchtiger in een tropisch klimaat.

Omdat Colombia een arm land is, zagen we ook hier dingen op straat die onze opa’s en oma’s misschien niet eens hebben meegemaakt. We zagen oude karren die werden getrokken door een paard of ezel, ezels en paarden beladen met spullen zoals bossen hout, zakken aardappels en melkbussen en ook mensen, hele oude bussen die tevens vrachtauto waren, afval langs de weg, groenteboeren met handkarren en melkboeren met melkbussen op een kar.

Langs de weg waren veel hotels te vinden, alleen niet al deze hotels waren gericht op het verzorgen van een goede en lange nachtrust voor vermoeide fietsers. Veel van deze hotels hadden een grote muur er omheen en besloten parkeerplaatsen. De namen en logo’s verrieden dan wel wat wel de bedoeling van deze hotels was; ze noemden zichzelf ‘love hotels’. Je betaalt voor deze hotels ook niet voor een nacht of dag, maar voor een uur, 3 uur, 6 uur of 12 uur. Voor elk extra uur betaal je dan weer heel veel extra.

Het eten was weer hetzelfde als in de landen hiervoor; veel kip met rijst/patat, ook weer vooral in het zuiden. De door ons zo geliefde chifa restaurants waren in Colombia moeilijk te vinden en als we er al eentje zagen, was het eten erg duur. In het begin veel kip en rijst dus. Maar in Medellin leerden we ‘bandeja’ kennen, een bord vol met van alles; vlees, rijst, bonen in saus, gebakken banaan, salade, ei. Grote porties waar we tenminste vol van werden. Eigenlijk hebben we vanaf toen geen kip meer gegeten.

We zijn gek op gefrituurde bananen, lulo sap (lulo is een fruit) en agua panela (suikerwater gemaakt met rietsuiker en dat smaakt naar limonade).

Een gedachte over “Colombia in woord en beeld

  1. Chocolademelk met kaas, is dat een aanrader? Lijkt mij erg “dreeg” … 🙂
    Weer prachtige foto’s!!
    Dus veel motors. Ik heb de mijne nu eindelijk verkocht. Vrijdag wordt ie opgehaald. Blijft toch wel jammer. Maar reed gewoon haast niet meer.
    Nou veel fietsfun maar weer.
    Groetjes, Beate

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *